<< INTRO >> » Meer Toy's info. » Ontwormingsschema, Vaccinaties en ziekten.

Ziekten en Ontwormingsschema :

 

Omdat ook voor je hond " Voorkomen " beter is dan " Genezen " steunt de gezondheid en het gezond houden van uw hond hoofdzakelijk op een preventief beleid.

Ondanks uw goede zorgen kan uw hond jammer genoeg toch nog onderhevig zijn aan een ziekte of infectie. 

Van zodra je enig afwijkend gedrag of symptomen vaststelt is extra waakzaamheid geboden en een bezoek aan je dierenarts niet meer uit te sluiten.

Controleer zelf regelmatig je hond en ga op regelmatige basis langs bij je dierenarts voor de noodzakelijke preventieve behandelingen.

Je dierenarts zal de uitgevoerde vaccinaties vermelden in het Europese paspoort met uitvoerings- en herhalings datum.

Dit is niet alleen afhankelijk van de leeftijd van uw hond maar ook van het gebruikte vaccin of uw eventuele buitenlandse plannen.

Kies een dierenarts waar u een vertrouwensband mee kunt opbouwen in een open dialoog en waar je steeds terecht kunt met uw grote en kleine bekommernissen, zorgen en vragen.

Waaruit bestaat deze preventieve behandeling nu precies :

 

1) Preventief ontwormen : zie ontwormingsschema

2) Preventief behandelen tegen uitwendige parasieten : zie (item in opmaak)

3) Preventieve behandeling tegen infecties : zie punt 5 en 5.1

4) Sanitaire preventie : zie punt 2 en 2.1

 

Ziekten : 

 

1) Nomenclatuur :

1.1 De omgeving is één van de belangrijkste factoren in het voorkomen van ziekten in de kennel.

 

1.2 De kennel is een milieu met een verhoogd risico op infectie, aangezien er meerdere honden samenleven en er dus een grotere microbiële infectie druk is. 

Vaak zijn meerdere infectieuze agentia samen verantwoordelijk voor een ziekte, dit noemt men "microbiële synergie".

 

1.3 De agentia die het vaakst verantwoordelijk zijn zijn :

a) Bacteriën: Bordetella, Mycoplasmen, Enterobacteriën, Brucella, ...

b) Virussen: Ziekte van carré, Parvovirus, Herpesvirus,...

c) Interne parasieten ( wormen) en externe parasieten ( teken, vlooien)

 

1.4 De besmetting kan via verschillende wegen gebeuren , de meest voorkomende is oraal.

Er zijn ziekten die worden overgebracht door vlooien en teken.

Ook is het mogelijk door opname van besmet voeding infecties op te lopen of door besmette melk van de teef, of door het opeten van de placenta of door seksuele overdracht.

 

1.5 In de microbiële synergie kunnen we verschillende associaties terug vinden. Combinaties van bacterie en virussen( het herpes virus verzwakt de afweer en bacteriën grijpen hun kans). er is ook een verband tussen medicatie en bacteriële groei (onnodig toedienen van antibiotica kan bacteriële groei bevorderen).

 

1.6 Heel belangrijk is het concept van incubatie:

   - incubatie periode : is de tijd die verloopt tussen besmetting en het verschijnen      van de éérste symptomen van een ziekte.

   - reservoir : een dier of een milieu die de overleving toelaat van een ziekte              verwekker en de overdracht van een ziekte verzekerd.

 

2) Preventie van een ziekte :

2.1 De sanitaire preventie van een ziekte is belangrijk om de hond te beschermen ; reinigen en desinfecteren worden vaak met elkaar verward ; desinfectie werkt enkel bij gereinigde lokalen. Organisatie van de ruimten = geen poreuze materialen gebruiken en gemakkelijk te reinigen lokalen. Vermijd vaste vloerbekleding en tapijt. Besmette dieren isoleren en geen borstel of halsbanden wisselen.

Hygiëne = reinigen en desinfecteren : 

Javel water : goede werking op virussen en bacteriën.

Jodium : zeer  breed spectrum

 

2.2 Medicale preventie : 

   - er zijn vaccinaties.

   - ontworming en externe antiparasitica.

   - specifiek tegen herpes virus.

   - een onbesmette ruimte bestaat niet = evenwicht vinden tussen omgevings            kiemen en de natuurlijke afweer van het individu.

   - Antiparisitica gebruiken voor hond en omgeving.

 

3) Neonatale infecties :

3.1 Bacterieel :

Neonatale septicemie of bloedvergiftiging.

Toxisch melksyndroom = acute melkklier ontsteking bij moederdier.

Symptomen van de pups :

* anorexie

* koorts

* mucosa

* snel in coma en sterfte

 

- Baarmoederontsteking bij de moederteef.

 Colibacterie - infectie bij de pups.

 

- Navel ontsteking of " Omphalitis"

 Abces vorming; tekort afbijten van de navelstreng.

 

3.2 Viraal :

- Herpes virose

* sterk opkomende virus

* verlies van pups tot 3 weken na de geboorte

* onvruchtbaarheid / abortus

* virus blijft aanwezig, wordt gereactiveerd ten gevolge van stress = dracht !

* heel leven  geïnfecteerd

* ontwikkeld niet boven de 37 °C = nest warmte opdrijven.

* verspreiding via slijmvlies, zaad, speeksel, urine, mest, 

*  besmetting via oro-nasaal, bij de dek, bij K.I., bij de geboorte(pup)

* symptomen volwassen dieren : ademhalingsstoring, onvruchtbaarheid, abortus

* drachtige teef : immuniteit daalt en virus herleeft ; test kan negatief zijn en in stress periode kan virus toch heropleven.

* Herpes virus = ernstig gevolgen voor pup en probleem wordt plots zichtbaar; pasgeborene besmetting via passage door bekken of via placenta. moederdier lijkt gezond, maar vaak is hele nest aangetast met grote sterfte tussen  de 2 en 8 dagen, enkele overlevers met blijvende invaliditeit.

* "Fading pup syndroom", pups stoppen plots met zuigen, verzwakken, hevige buikkrampen, snelle sterfte binnen de 24 à 48 uur met steeds kans op sterfte  in de eerste 2 à 3 weken.

* Behandeling van herpes-virus: preventie !!! bij iedere loopsheid van de teef = voorkomen is beter dan genezen !!!

vaccinatie : 2 x vaccineren 1ste maal tijdens de loopsheid, tweede maal 7 tot 14 dagen voor het werpen met als doel  een stijging te verkrijgen van antistoffen.

Bij gevaccineerde teven hebben de pups geen herpes infectie !!!

* Hoe voorkomen ?  

Ontsmetten van de omgeving met stoom + ontsmettingsmiddel.

insleep van virus vermijden !!! door quarantaine van aangekochte dieren, 2 x bloed afname met interval 3 weken. Bloedcontrole van dek reu.

Resultaten zijn soms "vals" omdat gezonde dieren soms drager zijn (zie item reservoir) maar geen anti stoffen aan tonen !!!

 

 

4) Infectieuze diarree :

4.1 Bacterieel :

t.g.v. Clostridium ; Clampylobacter ; Salmonella ; goed te behandelen door antibiotica.

 

4.2 Parasitair :

- Spoelworminfectie"Ascariasis"

Toxocara canis ; veel eitjes in de buitenomgeving die zeer lang overleven ;bij pups worm buikje, diarree, braken, zelf darm perforatie.

 

- Lintworm "Taenia" :

Besmetting via vlooien, via slachtafval,  weinig tot geen symptomen, soms " sleetje rijden"

 

- Zweepworm  "Trichuriasis" :

Eitjes extreem resistent tot 5 jaar, vaak bij kennel honden, nestelen zich in de dikke en blinde darm, zuigen bloed, vaak geen symptomen, bij ernstige infectie anemie of chronische diarree.

 

- Coccidiose "Isospora canis" :

ééncellige parasiet, pups kunnen slijmerige diarree hebben tot 4 à 6 weken.

preventie : eens in de kennel moeilijk vanaf te geraken, dagelijkse hygiëne doet infectie druk dalen, infectieuze eitjes(oöcysten) sterven af bij reiniging met stoom.

 

- Giardiose "Giardia duodenalis - G Lambia" :

fluctuerende diarree.

frequent voorkomende ééncellige parasiet, zoönose !!!

oudere dieren zijn symptoomloos.

jonge dieren , gewichts verlies, veel vet in feces tot oranje kleur,chronische slijmerige diarree, braken.

 

- Rota / coronavirus :

Plotse anorexia en waterige diarree.

Jonge dieren snelle dehydratatie en sterfte.

Herstel na een tweetal weken.

Behandeling door rehydrateren, warm houden, secundaire infecties vermijden.

 

- Parvo :

Heeft delende cellen nodig voor vermeerdering.

Acute sterfte tot 3 weken.

Soms na herstel toch plots dood terug gevonden.

 

*Enteritis vorm, pups van 3 à 4 weken tot 6 maand

Anorextia en koorts.

Braken.

Bloederige diarree.

Snelle dehydratatie en sterfte.

 

*Myocarditis vorm,  na herstel van darm infectie toch plots dood teruggevonden.

 

Parvo Symptomatische behandeling :

Warm houden.

Rehydrateren.

Anti-emetica.

Secundaire infectie voorkomen.

 

Parvo Preventie :

Hygiëne , afgescheiden kraamhok.

Vroege vaccinatie van pups.

Vaccinatie schema aangepast aan de kennel.

 

5) Infecties :

5.1 Kennelhoest of infectieuze tracheobronchitis :

Multifactoriële aandoening, dus complex.

Combinatie van bacteriën, virussen en externe factoren.

 

* Virale agentia :

PI2 : Paraïnfluenza type 2.

CAV2 : Hondenadenovirus type 2.

CAV1 : Hondenadenovirus type 1.

Hondenziekte virus : ziekte van carré.

Caniene Herpes virus type 1.

 

* Bacteriële agentia :

Bordetella bronchiseptica.

Verschillende Mycoplasma. 

 

* Uitlokkende omgevings factoren :

Onvoldoende ventilatie.

Tocht stromingen.

Hoge luchtvochtigheid.

Grote en bruuske temperatuurschommelingen.

Verschillende honden van verschillende herkomst samenbrengen = nieuwe mix van onbekende virussen.

 

* Symptomen :

Vergelijkbaar met verkoudheid bij de mens.

Niet zo ernstig maar lastig om te behandelen.

Lichte koorts en anorexia.

Droge hoest.

Soms neus- en/of ooguitvloeiing.

Bijna alle dieren ziek, maar weinig sterfte enkel bij de pups.

Indien niet behandeld ernstige brochopneumonie.

 

* Behandeling :

Symptomatisch, ontstekingsremmers, anti hoest siroop, antibiotica om evolutie naar longontsteking te voorkomen.

 

* Preventie :

Goede hygiëne, hokken regelmatig ontsmetten

Goede ventilatie.

Quarantaine maatregelen bij inbreng nieuwe honden.

Pension : dieren apart huisvesten.

 

6) Parasieten bij de hond :

6.1 Inwendige parasieten :

6.1.1 Wormen :

- Ronde wormen in de darm :

> Spoelwormen.

> Haakwormen.

> Zweepwormen.

 

- Ronde wormen in de bloedvaten :

> Hartworm.

 

- Lintwormen in de darm.

> Dipylidium caninum.

> Taenia.

> Echinococcus multilocularis.